· Sanne de Wit
Slapen zonder kussen, of juist met twee
Wanneer geen kussen logisch is
De vraag is altijd dezelfde: hoeveel ruimte moet er gevuld worden tussen je hoofd en het matras. Bij buikslapers is dat vrijwel niets — hun hoofd ligt al bijna op het matras, en elk kussen draait de nek verder. Bij rugslapers met smalle schouders en een zacht matras kan het ook weinig zijn.
Bij zijslapers is het antwoord bijna nooit « niets ». Daar zit de grootste afstand van alle houdingen.
Waarom twee kussens meestal niet werkt
- Ze glijden. De bovenste schuift in de loop van de nacht weg, en je hoogte verandert terwijl je slaapt.
- De contour verdwijnt. Bij een gevormd kussen telt alleen de totale hoogte nog; de vorm doet niets meer.
- Het is meestal te veel. Twee gewone kussens brengen je hoofd zo hoog dat je kin richting je borst zakt.
Heb je twee kussens nodig om goed te liggen, dan is dat vooral een aanwijzing dat één kussen met de juiste hoogte beter zou werken.
Overstappen naar geen kussen
Doe het geleidelijk: eerst een platter kussen, dan een opgevouwen handdoek, dan niets. In één keer overstappen levert meestal een stijve nek op, en dan weet je nog niet of het aan de keuze lag of aan de overgang.
Wat je in beide gevallen controleert
Laat iemand een foto maken terwijl je ligt, camera op matrashoogte. Neus, kin en de kuil tussen je sleutelbeenderen horen op één lijn. Dat werkt met kussen, zonder kussen en met twee — het is de enige maatstaf die niet meebeweegt met wat je gewend bent.
Je matras bepaalt of het kan
Of slapen zonder kussen werkt, hangt minder van jou af dan van waar je op ligt. Op een stevig matras zakt je achterhoofd nauwelijks weg, en blijft je hoofd dus in het verlengde van je rug liggen — dat is de situatie waarin het kan. Op een zacht matras zakt je bekken en je bovenrug dieper dan je hoofd, en komt je hoofd relatief te hoog te liggen, alsof je een kussen gebruikt dat er niet is.
Dat verklaart waarom hetzelfde experiment bij de een prettig uitpakt en bij de ander niet, zonder dat het iets zegt over wie er gelijk heeft. Wie het wil proberen, kijkt dus eerst naar zijn matras. En wie net een nieuw matras heeft, doet er goed aan de proef opnieuw te doen, want de uitkomst kan omgeslagen zijn.
De tussenweg: heel plat in plaats van niets
De sprong van een normaal kussen naar helemaal geen kussen is groot, en er is een tussenstap die vaak beter bevalt: een heel plat kussen, of een opgevouwen handdoek waarvan je de dikte zelf bepaalt. Het voordeel van die handdoek is dat je hem in stappen kunt aanpassen. Vouw hem dubbel, slaap er een paar nachten op, en haal er een laag af als het te hoog voelt.
Wat dat oplevert is geen definitieve oplossing maar een meting: je komt erachter op welke hoogte je uitkomt voordat je iets koopt. Dat getal is bruikbaarder dan welke aanduiding op een verpakking dan ook — zie ook welke hoogte je hoofdkussen moet hebben.
Hoelang voor je iets weet
Eén nacht zonder kussen zegt niets. De eerste nachten voelt elke verandering verkeerd, ook een verbetering, omdat je gewend bent aan de oude stand. Twee weken is een redelijke termijn om er iets over te kunnen zeggen.
Let daarbij niet op hoe het voelt als je gaat liggen, maar op hoe je wakker wordt en hoe vaak je 's nachts wakker werd. Dat zijn de twee dingen die iets zeggen. Bevalt het na twee weken niet, dan is dat een antwoord en geen mislukking: er is geen enkele reden om zonder kussen te slapen als het je niets oplevert.
Voor baby's en jonge kinderen geldt iets heel anders, en dat is geen kwestie van comfort maar van veiligheid. Daar gelden aparte adviezen van het consultatiebureau, en die horen niet op een verkooppagina thuis.
Bekijk het vlinderkussen
Je keuze: Grijs — Zwart
Nog een beperkt aantal op voorraad