· Sanne de Wit
Welke hoogte moet je hoofdkussen hebben?
Waarom er geen enkel getal bestaat
Winkels noemen soms een hoogte in centimeters. Dat getal zegt op zichzelf niets, want de hoogte die jij nodig hebt hangt van drie dingen tegelijk af: hoe breed je schouders zijn, hoe diep je in je matras zakt, en in welke houding je ligt. Dezelfde persoon heeft op een hard matras meer kussen nodig dan op een zacht.
Wat wel bruikbaar is, is de uitkomst: ligt je hoofd recht, of niet.
De controle die je zelf kunt doen
Ga in je normale houding liggen en laat iemand een foto maken met de camera op matrashoogte, recht van opzij. Kijk daarna naar drie punten: je neus, je kin en de kuil tussen je sleutelbeenderen. Liggen ze op één lijn, dan klopt de hoogte.
| Wat je op de foto ziet | Wat het betekent | Wat je doet |
|---|---|---|
| Kin zakt richting je borst | Te hoog | Lager kussen, of de lage kant van een kussen met twee hoogtes |
| Hoofd kantelt naar het matras | Te laag | Hoger kussen — bij zijslapers verreweg het meest voorkomend |
| De drie punten op één lijn | Klopt | Niets |
Waarom een foto en niet je gevoel: een verkeerde stand voelt na een paar weken normaal. Je lichaam went eraan, je oordeel dus ook.
De vuistregel per houding
- Op je zij: de afstand van je oor recht naar beneden tot het matras. Hoe breder je schouders, hoe meer hoogte.
- Op je rug: alleen de holte tussen je achterhoofd en je nek. Veel minder dan de meeste mensen denken.
- Op je buik: zo weinig mogelijk, en liefst helemaal niets — zie op je buik slapen.
Als je wisselt
De meeste mensen draaien ’s nachts zonder het te merken. Eén vaste hoogte kiezen betekent dan dat je in een van de twee houdingen verkeerd ligt. Dat is de reden dat kussens met twee hoogtes bestaan: je draait het kussen om in plaats van een compromis te kiezen. Zie het vlinderkussen.
Twee signalen dat het niet klopt
Schuif je ’s nachts een hand of een arm onder je kussen, dan is het waarschijnlijk te laag: je vult zelf het gat bij. Word je wakker met het kussen naast je, dan lag het waarschijnlijk te hoog en heb je het weggeduwd.
Je matras verandert de hoogte die je nodig hebt
De hoogte van een kussen is nooit een eigenschap van het kussen alleen. Ze is het verschil tussen twee dingen: hoe ver je schouder in het matras zakt, en hoe ver je hoofd van dat matras af moet blijven. Zak je diep weg in een zacht matras, dan komt je hoofd al vanzelf lager te liggen, en heb je een lager kussen nodig dan iemand met dezelfde schouders op een stevig matras.
Dat verklaart een veelvoorkomende verrassing: hetzelfde kussen dat jarenlang goed lag, voelt na een nieuw matras ineens te hoog of te laag. Er is niets aan het kussen veranderd, wel aan de ondergrond eronder. Wie een nieuw matras koopt, doet er dus goed aan de controle hierboven opnieuw te doen voordat hij besluit dat het kussen op is.
Meten in plaats van gokken
Voor zijslapers bestaat er een maat die je zelf kunt nemen. Ga rechtop tegen een muur staan en meet de afstand van de zijkant van je hals tot het uiterste punt van je schouder. Dat is ruwweg de ruimte die opgevuld moet worden zodra je op je zij ligt. Trek daar vervolgens vanaf hoe diep je schouder in je matras zakt — dat zie je door iemand ernaar te laten kijken terwijl je ligt, of door een liniaal plat op het matras te leggen naast je schouder.
Het getal dat overblijft is geen voorschrift, maar het is een stuk bruikbaarder dan de aanduiding medium op een verpakking. Het vertelt je vooral welke kant je op moet zodra je twijfelt tussen twee hoogtes, en het maakt duidelijk waarom brede schouders zelden met een laag kussen uitkomen.
Voor rugslapers werkt meten minder goed, omdat de op te vullen ruimte veel kleiner is en sterker van de stevigheid van het matras afhangt. Daar blijft de visuele controle de bruikbaarste toets.
De eerste nachten zeggen weinig
Een kussen van een andere hoogte voelt de eerste nachten bijna altijd verkeerd, ook wanneer het beter bij je past dan het vorige. Je bent de oude stand gewend, en het duurt even voor die gewenning verdwijnt. Bij traagschuim komt er nog iets bij: het schuim reageert op warmte en wordt in de loop van de nacht zachter, waardoor de hoogte gaandeweg iets zakt.
Daarmee is een enkele nacht een slechte proef. Een week is een redelijke termijn, en let dan niet op hoe het aanvoelt bij het instappen, maar op hoe je wakker wordt: dat is het moment waarop een verkeerde hoogte zich laat merken. Blijft het na een week ongemakkelijk, dan gaat het niet meer om gewenning maar om de maat.
Bekijk het vlinderkussen
Je keuze: Grijs — Zwart
Nog een beperkt aantal op voorraad