· Sanne de Wit
Op je zij slapen
De ruimte die gevuld moet worden
Lig je op je zij, dan hangt je hoofd tussen twee steunpunten: je schouder draagt je bovenlichaam, en je kussen zou je hoofd moeten dragen. Vult het kussen die afstand niet, dan zakt je hoofd naar het matras en knikt je nek zijwaarts. Vult het te veel, dan knikt hij de andere kant op. Beide standen houdt je nek de hele nacht vast.
Hoe breed je schouders zijn bepaalt hoeveel er te vullen valt. Hoe zacht je matras is bepaalt hoeveel je schouder erin wegzakt, en dus hoeveel er ovérblijft. Daarom werkt hetzelfde kussen niet bij iedereen.
Wat je schouder met het kussen doet
Bij een rechthoekig kussen komt je schouder tegen de onderrand aan en duwt die omhoog. Je hoofd gaat mee — precies de kant op die je niet wilt. Kussens met een uitsparing aan de zijkant laten je schouder erin zakken zodat de rest op zijn plek blijft; dat is waar het vlinderkussen zijn vorm aan dankt.
Merk je dat je ’s nachts een hand of je onderarm onder het kussen schuift, dan is dat meestal geen gewoonte maar een correctie: je vult zelf het gat op dat het kussen laat.
Je knieën en je bekken
Ligt je bovenste been naar voren over je onderste heen, dan draait je bekken mee en trekt je onderrug scheef. Een kussen tussen je knieën houdt de twee benen op één lijn. Dat verandert niets aan je nek, maar wel aan hoe lang je in dezelfde houding blijft liggen — en dus hoe vaak je draait.
Links of rechts
Voor je nek maakt het niet uit. Voor andere dingen soms wel: mensen met brandend maagzuur liggen vaak liever op links, en in de late zwangerschap wordt links vaak aangeraden. Dat zijn onderwerpen voor je arts of verloskundige, niet voor een kussenwinkel.
De controle
Laat iemand een foto maken terwijl je op je zij ligt, camera op matrashoogte. Neus, kin en de kuil tussen je sleutelbeenderen horen op één lijn te liggen. De volledige uitleg staat in welke hoogte je hoofdkussen moet hebben.
Waar je onderste arm blijft
Bij zijligging is de onderste arm het onderdeel waar niemand een plek voor heeft. Er zijn drie standen die mensen vanzelf aannemen, en ze verschillen meer dan je zou denken.
- Onder het kussen. De meest gekozen stand, en de stand die het kussen effectief hoger maakt. Wie zijn hoogte zorgvuldig heeft uitgezocht en dan zijn arm eronder legt, doet dat werk deels teniet.
- Voor je uit, op de matras. De rustigste optie: je schouder blijft waar hij hoort en er ligt geen gewicht op.
- Onder je lichaam, met je schouder eronder gedraaid. Dit is de stand waarin mensen 's nachts wakker worden met een doof gevoel. Blijft dat na het bewegen aanhouden of komt het steeds terug, dan is dat iets om aan een arts voor te leggen en niet iets om met een ander kussen op te lossen.
Opgerold of gestrekt
Zijligging is geen enkele houding maar een reeks, van bijna languit tot opgerold met de knieën hoog. Wat weinig mensen weten, is dat die twee uitersten een verschillende kussenhoogte vragen. Opgerold trek je je schouder naar voren en naar boven, waardoor de ruimte tussen je hoofd en de matras kleiner wordt: hetzelfde kussen voelt dan hoger. Gestrekt gebeurt het omgekeerde.
Wie merkt dat een kussen de ene nacht klopt en de volgende niet, terwijl er niets veranderd is, ligt vaak simpelweg anders opgerold. Dat is geen probleem om op te lossen — je gaat je slaaphouding niet standaardiseren — maar het verklaart wel waarom een kussen dat je in de winkel uitprobeert nooit hetzelfde voelt als thuis.
Het kussen kiezen doe je daarom op je meest voorkomende stand, en niet op de stand waarin je het uitprobeert. Hoe je die hoogte bepaalt, staat in welke hoogte je hoofdkussen moet hebben.
Bekijk het vlinderkussen
Je keuze: Grijs — Zwart
Nog een beperkt aantal op voorraad